Van de slag met peper Stan (Deel 8)

Hoe zeere vallen z’af.


Het is boeiend om losgekomen eikenbladeren te observeren terwijl ze hun kunsten en capriolen etaleren. En dat is zeker zo als er een gezond windje meespeelt. De eikenblaadjes hebben, in onderling overleg, besloten om bij elkluchtverplaatsing, in groepjes de takken los te laten. De actie wordt gedirigeerd door een haast geluidloos startschot. Zoef! En ze zijn vertrokken. In een eerste beweging gaan ze richting grond, omdat de zwaartekracht toch zijn recht moet hebben. Door hun vorm en bouw echter, wervelen, wentelen en draaien ze als mini helis die hun valsnelheid zo laag mogelijk proberen te houden. Maar dan komen thermiek en wind hun deel in de vertoning opeisen. Een windstootje tilt de blaadjes op en zo worden deze, op hun weg naar beneden, afgeremd en terug opwaarts geblazen waardoor sommigen, tot hun eigen verbazing, hun vertrekpunt opnieuw zien opdagen, terwijl weer anderen hun bestemming veranderd weten, richting buren en overburen. Als het blad uiteindelijk de grond raakt dan is zijn reis nog niet ten einde want een stevige herfstwind schept er genoegen in om de blaadjes met hetzelfde genoegen terug op te scheppen en een nieuwe vlucht voor hen te boekenPas als ze, door ochtenddauw of regen, vochtig genoeg zijn om aan elkaar te kleven, pas dan liggen ze rustig. Of dat dachten ze toch…  tot… mijn schoonbroer op de bühne verschijnt. Ik heb het hier niet over toneelacteur en presentator ‘Eddy Wal.noot (waarover binnenkortmeer) maar over Herman de Perman.

We keuvelen wat over knofjes en lookjes en het gesprek gaat al snel, hoe kan het anders, richting tuinieren. “Tuinieren”, zegt hij, “tuinieren doe je met de natuur mee”. Nooit tegen de natuur in”. “De natuur weet best hoe het moet”, voegt hij er nog aan toe. Ik probeer mijn gezicht zo perma mogelijk te zetten en beaam met een zelf bedacht citaat:
Onderzoek niet hoe je de natuur kan helpen maar bedenk hoe de natuur jou een handje kan toesteken”.
Het komt er wat anders uit dan de zin die ik in gedachte had en ik weet ook niet zeker of hij wel geluisterd heeft, want ik zie hem in pure fascinatie naar de opgehoopte bladeren kijken. (Als mijn, toch wel zeer ruimdenkende, zus hem met een dergelijke blik naar ‘n andere vrouw moest zien loeren dan zou zijn dag zeker niet vreedzaam eindigen).

De sjacheraar in mij riekt een zaakje. Heel genereus laat ik hem verstaan dat hij gerust wat blaadjes kan meenemen, ik wil ze zelfs voor hem inpakken. Als ik de bladeren opschep, met behulp van twee vuilblikken waartussen ik de droge bladeren klem, maakt dat een krakend geluid. Na een tijdje hoor ik dat eksters daar op reageren. Eerst dacht ik aan een toeval maar neen, het is alsof ze het kraken proberen na te bootsen. Een afschuwelijk geluid. Ik schep, zij kraken. Echt niet om aan te horen.
De volgende dag zie ik, met verholen jolijt, schoonbroer Herman met zo een 10 tal goedgevulde tuinafvalzakken verdwijnen.
Hé hé
, daar ben ik mooi vanaf. Het triomfantelijk gevoel wordt, een paar uur later, getemperd door een paar fotootjes uit zijn tuin. Een tuin die ligt te pronken met de eikenbladeren. Heb ik goud weggegeven? Ik kan ze moeilijk terugvragen. Een blik op de eik stelt mij gerust. Hier gaan nog enkele weken blaadjes dwarrelen!

 


Tuinieren met de natuur mee! Die uitspraak blijft in mijn hoofd hangen. Met de natuur mee. Met de.. nat uurrr meeee..  tam.tata.taam.taam.  Als je het in het goede tempo zegt, hoor je de cadans en als je goed luistert, hoor je het zingen van de natuur in een herfstkoor. De sopranen bij bekke van de winterkoninkjes, de roodborstjes en soms een coloratuur-merel uit het noorden worden bijgestaan door altende mussen. De roepende mezen blijven de beat vasthouden terwijl de vink af en toe een korte solo laat horen. Het zijn echte natuurtalenten. Houtduiven, Vlaamsegaai allemaal krijgen ze een partituur.

Alleen, en dat meen ik, onder geen beding, eksters in het koor. Sorry, daar ben ik streng op. Geen eksters, no way!
Pas op. Ik heb niets tegen eksters. Het zijn prachtige, wit-zwarte, vogels met een metaalachtige groenblauwe glans. Ze kunnen sierlijke duikvluchten uitvoeren en zijn zeer parmantig tot zelfs zeer manhaftig naar katten toe. Maar hou ze uit elk orkest of koor. Hun gekrijs is zo a-muzikaal dat er gevaar kan dreigen voor oorbeschadiging in het slakkenhuisEn heu.. over slakken gesproken. Maar, nee deze cliffhanger is voor volgende week.

Heb je genoeg bladeren om te strooien
dan hoef je geen dahliaknollen te rooien

Deel dit artikel!

Share on facebook
Share on twitter
Share on pinterest
Share on linkedin

Eén reactie

Laat een reactie achter aan godelieve vincke Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Volg Allemaal eco! via sociale media...

Meest bekeken

Krijg updates

Schrijf je in op de wekelijkse nieuwsbrief

Geen spam, enkel meldingen over nieuwe blogs en updates.

Categorieën

Gelijkaardige posts

Related Posts